Bash (Bourne Again Shell) is de standaard shell op de meeste Linux-distributies. Het is zowel een interactieve commandoregel als een scripttaal waarmee je taken kunt automatiseren.
Een bash-script begint met een shebang-regel zodat het systeem weet met welk programma het uitgevoerd moet worden:
#!/usr/bin/env bash
naam="wereld"
echo "Hallo, $naam!"
Sla het op, maak het uitvoerbaar en voer het uit:
chmod +x script.sh
./script.sh
| Constructie | Voorbeeld |
|---|---|
| Variabele | naam="waarde" |
| Conditie | if [ "$x" -eq 1 ]; then ... fi |
| Lus | for i in 1 2 3; do echo $i; done |
| Functie | mijnfunctie() { echo "hoi"; } |
| Uitvoer opslaan | result=$(commando) |
sh is de basisshell (POSIX-standaard); bash is een uitbreiding daarop met extra functies zoals arrays, [[ ]]-tests en processubstitutie. Scripts die beginnen met #!/bin/sh zouden geen bash-specifieke functies mogen gebruiken.