Mounten is het koppelen van een bestandssysteem aan een locatie in de mapstructuur. Op Linux bestaat er één grote boomstructuur — alles begint bij /. Schijven, USB-sticks, netwerkshares en virtuele bestandssystemen worden als takken aan die boom gehangen.
Een partitie op /dev/sdb1 is pas toegankelijk nadat je hem monteert op een lege map:
mount /dev/sdb1 /mnt/usb
Daarna zijn de bestanden op de stick beschikbaar via /mnt/usb. Ontkoppelen doe je met:
umount /mnt/usb
Wat bij de boot automatisch gemount moet worden staat in fstab. Moderne systemen gebruiken ook systemd mount-units of automount om bestandssystemen op aanvraag te koppelen.
mount -o ro /dev/sda1 /mnt # alleen-lezen mounten
mount -t tmpfs tmpfs /mnt/ram # RAM-bestandssysteem
mount --bind /bron /doel # map op een andere plek toegankelijk maken