OSI-model

Het OSI-model (Open Systems Interconnection) verdeelt netwerkcommunicatie in zeven lagen, elk met een eigen taak. Het is vooral een denk- en praatmodel: "dat is een laag 3-probleem" vertelt een netwerkbeheerder direct waar te zoeken.

De zeven lagen

LaagNaamVoorbeeld
7ApplicatieHTTP, DNS, SMTP
6PresentatieTLS, tekencodering
5SessieSessiebeheer
4TransportTCP, UDP
3NetwerkIP, routering
2DatalinkEthernet, MAC-adressen, switches
1FysiekKabels, glasvezel, radiosignalen

Ezelsbruggetje van boven naar beneden: Alle Programmeurs Schrijven Toch Nette Duidelijke Functies.

OSI versus TCP/IP

Het internet is gebouwd op het eenvoudigere TCP/IP-model met vier lagen; de OSI-lagen 5–7 vallen daar samen in één applicatielaag. In de praktijk worden de OSI-nummers wél gebruikt als spreektaal: een "layer 2 switch" schakelt op MAC-adressen, een "layer 3 switch" routeert op IP, en een "layer 7 load balancer" kijkt in het HTTP-verkeer.

Waarom het nuttig blijft

Bij het oplossen van netwerkproblemen werk je de lagen af: zit de kabel erin (1), is er link (2), klopt het IP-adres en de route (3), staat de poort open (4), en antwoordt de dienst (7)?

Zie ook

netwerkict