Proces

Een proces is een draaiend programma. Elke keer dat je een commando uitvoert of een applicatie start, maakt Linux een nieuw proces aan met een uniek PID (Process ID).

Proceshiërarchie

Elk proces heeft een ouderprocces. Alles begint bij PID 1 — op moderne systemen is dat systemd. Processen kunnen kindprocessen starten, waardoor een boomstructuur ontstaat.

Processtatussen

StatusBetekenis
R (Running)Actief of klaar om te draaien
S (Sleeping)Wacht op invoer of een gebeurtenis
D (Disk sleep)Wacht op schijf-I/O, niet onderbreekbaar
Z (Zombie)Gestopt maar nog niet opgeruimd door ouder
T (Stopped)Gepauzeerd (bijv. met Ctrl+Z)

Signalen

Je communiceert met processen via signalen:

kill -15 1234   # netjes beëindigen (SIGTERM)
kill -9 1234    # direct stoppen (SIGKILL)
kill -1 1234    # herladen configuratie (SIGHUP)

Zie ook

  • ps — processen tonen
  • top / htop — live procesoverzicht
  • kill — proces beëindigen
  • pgrep — processen zoeken op naam
linuxprocessen