Bandbreedte en latency zijn de twee belangrijkste maatstaven voor netwerkprestaties — ze meten verschillende dingen en worden vaak verward.
Bandbreedte is de maximale hoeveelheid data die per seconde over een verbinding kan worden verstuurd. Uitgedrukt in bits per seconde: Mbps (megabit) of Gbps (gigabit).
Een brede snelweg: veel auto's tegelijk, maar ze rijden nog steeds dezelfde snelheid.
iperf3 -s # server starten
iperf3 -c server-ip # bandbreedte meten naar server
Latency (vertraging) is de tijd die een pakket nodig heeft om van A naar B te reizen, uitgedrukt in milliseconden (ms). Ook wel Round Trip Time (RTT) — de tijd heen én terug.
Een smal weggetje: weinig auto's tegelijk, maar ze rijden wel snel.
ping -c 10 google.com # gemiddelde RTT bekijken
mtr google.com # latency per hop
Jitter is de variatie in latency. Bij VoIP en videobellen is lage jitter belangrijker dan lage latency — onregelmatige vertragingen klinken slechter dan een constante vertraging.