IOPS (Input/Output Operations Per Second) meet hoeveel losse lees- en schrijfacties opslag per seconde aankan. Waar doorvoer (MB/s) telt bij grote bestanden, bepalen IOPS de prestaties bij veel kleine, verspreide operaties — precies wat databases en drukke servers doen.
| Medium | Random IOPS (orde van grootte) |
|---|---|
| HDD (7200 rpm) | 100–200 |
| SATA SSD | 50.000–100.000 |
| NVMe SSD | 500.000+ |
Het gat tussen HDD en SSD is bij IOPS veel groter dan bij doorvoer: een leeskop fysiek verplaatsen kost milliseconden, een flash-cel adresseren microseconden.
Eén groot bestand achter elkaar lezen (sequentieel) haalt op een HDD prima snelheden. Duizend kleine bestanden verspreid over de schijf (random) stort in tot die paar honderd IOPS. Daarom voelt een database of mailserver op een HDD traag terwijl een back-up er vlot doorheen gaat.
iostat -x 2 # actuele IOPS (r/s en w/s) per schijf
Voor benchmarks is fio de standaard. Let bij cloud- en VPS-aanbieders op: IOPS zijn daar vaak gelimiteerd per volume en bepalen mede de prijs.